Tekst door Sebastiaan van den Bovenkamp / Foto’s door Yvon van Horck

In een van de provinciën waar het gebruik van de g geschuwd wordt, vindt ook dit jaar een festival van naam plaats: Jera On Air. In 2012 mag het evenement in Ysselsteyn twintig kaarsen op de taart zetten vanwege het 20-jarige bestaan. Kaarsen? Wie maakt zich daar nu druk om met een line-up van erkende namen als Lostprophets, Heideroosjes en Young Guns.

Het Bossche El Camaro had de twijfelachtige eer om Jera On Air te openen. Waar rond twaalven op het gras buiten de tenten weinig bezoekers te vinden, was dit hetzelfde beeld bij de Large Rockhand Stage. Met Jo Camaro (wij vermoeden een pseudoniem) als vocalist bewijst de frontman dat roodharigen inderdaad geen ziel hebben: zonder enig geweten dendert de rossige rakker over het podium. De aanstekelijke bak herrie van de band zorgt ervoor dat het handjevol mensen, weliswaar op aandringen van de zanger, een zogeheten ‘slow-motion circlepit’ begint: een merkwaardig gezicht. Dit alles onder de opzwepende woorden van de frontman met de blote voeten: ‘We zijn toch geen mietjes!’. Jera On Air is begonnen.

Het Belgische Set Things Right is te zien op de Rabobank Main Stage. De jonge band beheerst alle eigenschappen van de genres post-hardcore en metalcore. Helaas lijkt de samenwerking te ontbreken. In combinatie met het gebrekkige geluid in de tent is het optreden een verschrikking voor het ongetrainde oor. Zonde, het vakmanschap is meer dan aanwezig bij onze Belgische vrienden.

Het Engelse Feed The Rhino kijkt niet op van een man meer of minder op het podium. Tenminste, zo lijkt het op het eerste gezicht. Met de Britse revolutie van rock ’n roll en hardcore is de bedrijvigheid ook toegenomen. De energie van het vijftal doet denken aan een stel ADHD-kleuters op jacht naar Coca Cola: opzienbarend dus. Vrijwel aandoenlijk is de houding van de band. De vijf muzikanten staan als beesten op het podium, maar het is geen truc. Heerlijk oprecht. Heerlijk poep aan alles. Ook aan de geluidsgrenzen overigens, want de bezoekers krijgen een gehoorbeschadiging mee als souvenir.

The Charm The Fury

The Charm The Fury. Metalcore met een vrouw. Alhoewel de behabandjes onder het shirt van Caroline Westendorp een van de weinige bewijzen van vrouwelijkheid zijn. Hier mogen de toeschouwers een muziekdier aanschouwen: met verbluffende prestaties worden de grenzen van het vocale spectrum verkend. Alsof een ijsbeer wordt verkracht, maar dan prettig. Het andere muziekdier is Rolf Perdok. De gitarist staat in zijn eigen wereld een van de stuwende krachten achter de band te zijn. Bassist Arnoldussen en gitarist Parent zijn de Ron Brandsteders van de band: vakkundige muzikanten, maar ook wel degelijk bewust van de show. Alhoewel de danspassen niet ingestudeerd zijn: hiervoor moeten ze wel synchroon hurken en springen uiteraard. Maar de overtuiging leeft. Het publiek staat te genieten en zijn in de greep van de band. Als Westendorp terloops ‘Ik wil een f*cking pit hebben hier!’ brult, verschijnt deze ook daadwerkelijk terplekke. Het optreden van The Charm The Fury wint op een betoverende wijze zieltjes. Ook Perdoks solo bij de voorlaatste track had een hoog Hans Klok-gehalte. Helaas bleef het beperkt tot het einde van de track en niet de set: het zou een memorabel einde hebben betekend. Zo heeft rust ook z’n charme.

Attack! Attack!

Een optreden in Nederland is voor veel artiesten de gelegenheid voor het gebruik van extra genotsmiddelen. Attack! Attack! uit Wales is hierop geen uitzondering. Het dronken dikkerdje op het podium straalt niet bepaald nuchterheid uit. Hierdoor valt de zanger terug op standaardkreten die de band onder andere als voorprogramma van Destine heeft opgedaan. Zo wordt ‘How is everyone doing’?’ de tent ingeslingerd. Waarom? Dat mag Joost weten, maar waarschijnlijk weet zelfs Joost het niet. Maar Neil Starr, zo luidt de naam van de frontman, heeft nog een verrassing in petto voor de toeschouwers: een lesje Welsh. Hij legt het publiek uit je ‘Whoa!’ in zijn streektaal uitspreekt: ‘Whooaaa!’. Hij voegt er maar liefst enkele klinkers aan toe. Bedankt, Starr… Desalniettemin staat er een bijzonder getalenteerde band te spelen op het podium. De poppunk weet enkele momenten het niveau van wijlen Fall Out Boy te halen. Een kans in het verschiet?

Kids In Glass Houses

Kids In Glass Houses. De Coldplay der poppunk. Net als de band van Chris Martin weten de vier Britten zich neer te zetten als een grootse band zonder daadwerkelijk groots te zijn. De gelatenheid druipt van de poprockers af. Zanger Aled Phillips weet zelfs het toppunt te bereiken als hij zijn rechterhand in de zak van zijn strakke broek weet te wurmen. Een prestatie op zich. Als de frontman dezelfde hoeveelheid aan energie in de show zou steken, zou de band hoogstwaarschijnlijk een stuk hoger op het affiche hebben gestaan. Ook dit Britse gezelschap weet op muzikaal vlak een prima product neer te zetten, maar de overtuiging ontbreekt.

Young Guns

Het abonnement van Young Guns op Nederland lijkt maar niet ten einde te komen. Aan de boybandliefde voor zanger Gustav Wood van de meisjes vooraan kennelijk ook niet. Ogenschijnlijk fungeren de overige Guns als muzikale begeleiding voor Wood. De alternatieve rockband weet hun muziek, onder andere afkomstig van het succesvolle album ‘Bones’, vakkundig en gedisciplineerd over te brengen, maar vooralsnog blijft de liefde afkomstig van het groepje bakvissen dat zich vooraan heeft genesteld. Gehuld in een leren jack, mogelijk geleend van Michael Knight, paradeert de frontman over het podium met de minderjarige ogen op hem gericht. Wachtend op een liefdesverklaring. De enige waarschijnlijke verklaring die zij zullen ontvangen is wanneer de frontman een kast op het podium plaatst om hier voorzichtig uit te kruipen.

Heideroosjes

Het gebruik van ‘Oh, Heideroosje’ van Ray Franky en Jetty Gitari als intro is vrijwel legendarisch. De aimabele volkszang van de Nederlandstalige klassieker vormt de introductie voor de Heideroosjes . Na een bestaan van 23 jaar heeft de Limburgse punkrockband besloten om er een punt achter te zitten. Onenigheid binnen de band lijkt niet de achterliggende reden te zijn. De bandleden drukken de bandleden de vuisten vol overtuiging tegen elkaar, in plaats van tegen de wangen. Een bestaan buiten de muziek lijkt met name voor zanger Marco Roelofs ondenkbaar. Op het podium doet Roelofs waarvoor hij geboren is: optreden. Wurmend tussen de overige bandleden blijft Roelofs gaan als een tiet. Een volle cup D. Minstens. De lichtvoetige Limburgse kabouter beroert zijn microfoon alsof zijn eigen staaf is. Als de set vordert, neemt de ruimte naast het podium af. Steeds meer sympathisanten van de Limburgse band staan de muzikanten in hart en nieren te bewonderen. Armen over elkaar, strakke blik. Wat zich hier afspeelt, is een monument. Een monument van de Nederlandse muziekgeschiedenis.

Lostprophets

Ongeloof als Lostprophets het podium betreedt als afsluiter van Jera On Air. Uniforms en lasers? Mogelijk gastbijdragen van Darth Vader en Luke Skywalker? Wanneer de band, ook al uit Wales, opent, doet zich een andersoortig ongeloof voor: Lostprophets is een band. Een echte band. Het type band waarop je trots bent bij een optreden aanwezig te zijn. Sinds het ontstaan in 1997 heeft de band mogelijk explosiviteit verloren, het heeft overduidelijk aan professionaliteit gewonnen. Het sleutelwoord van de avond van Lostprophets lijkt ‘strak’ te zijn: het optreden van het zestal is net zo strak als hun broeken. En da’s behoorlijk strak. Bij zulke prestaties is de grens tussen werk en kunst niet al te breed. Gelukkig bewijst de band hun plezier niet te zijn verloren wanneer zanger Ian Watkins bevriende bands aan de zijlijn het podium op dirigeert. Zo staan onder andere leden van Young Guns en Kids In Glass Houses mee te zingen en spelen tijdens de afsluiter ‘Burn Burn’. De mensen op het podium vormen een grote familie met allen een kenmerk: de liefde voor muziek.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.